Global Food Safety Initiative (GFSI)

In de vraag naar begeleiding bij certificeringstrajecten klinkt steeds vaker dat het doel is een ‘GFSI geaccepteerde certificaat’ te behalen.
Wat is nu eigenlijk GFSI en wat is hun invloed op de inhoud van de certificeringsstandaarden?
Het Global Food Safety Initiative (GFSI) is een wereldwijd initiatief van samenwerking tussen belangrijke retailers, voedselproducenten, overige bedrijven uit de voedselketen en wetenschappelijke en andere deskundigen op voedselveiligheidsgebied. Het is een platform wat als doel heeft om de hoogste normen op het gebied van voedselveiligheid te vergelijken en te beoordelen. En als deze voldoen aan door hen gestelde criteria kunnen certificeringstandaarden worden opgenomen als een GFSI geaccepteerde norm.
Voorbeelden daarvan zijn BRCGS, IFS en FSSC 22000. Maar er zijn er meer. Deze zijn te vinden op de website mygfsi.com
Dat er gestreefd wordt naar vergelijkbare (hoge) niveaus op diverse onderwerpen is te zien in de aanpassingen van de certificeringsstandaarden, waarbij dezelfde thema’s/ onderwerpen meer aandacht krijgen in nieuwe versies van de normen.
Dat is bijvoorbeeld in de vergelijkbare normen voor Food-defense en Food-fraude te zien. En ook in het onderwerp bedrijfscultuur en de context waar vanuit het systeem is opgezet. We zien in de ontwikkeling van de afgelopen vijf jaren dat de standaarden meer en meer op elkaar lijken, zowel in opzet en uitwerking als implementatie.
Voor ons blijft het vreemd dat we in de praktijk zien dat grotere retailers toch blijven vasthouden aan een voorgeschreven certificeringsvariant, terwijl ze juist betrokken zijn bij het uniformeren van standaarden via het GFSI. Het moet vaak óf BRC zijn, óf IFS.
Daarmee gaan deze bedrijven voorbij aan het oorspronkelijke initiatief van het platform waar ze zelf zitting in hebben. Het platform streeft naar harmonisatie en het voorkomen van onnodige eisen.
Door deze dwang (al dan niet ontstaan door onvoldoende harmonisatie en kennis binnen verschillende afdelingen bij een retailer) ondergaan bedrijven jaarlijks meerdere certificeringsaudits.
Voor een groot deel van onze opdrachtgevers een flinke kostenpost, waarbij het voordeel van een extra toetsing door een certificeringsaudit niet direct wordt ervaren.

Belangrijk voor u is dat u -voorafgaand aan het ingaan van een certificeringstraject- inventariseert welke klanten welke certificeringsnorm vereisen en wat de eventuele mogelijkheden zijn om daar van af te wijken. Uiteindelijk moet dit tot een keuze voor certificering leiden, die voor u realiseerbaar is en welke door uw klanten wordt geaccepteerd.

We raden met regelmaat aan om de gekozen certificering met overgave te verdedigen bij een geïnteresseerde partij. Want welke meerwaarde ziet een afnemer bij een andere certificerings-standaard, die geen verschil kent qua borging met de door u gekozen huidige ingevoerde GFSI-standaard? Vragen die door de inkopende partij niet op inhoud worden beantwoord maar meer in de trend van: ‘dat moet ik invoeren in het systeem want dan pas ontstaat groen licht’. Allicht dat de IT en automatiseringsafdelingen bij retailers ook meer betrokken moeten worden bij selectie-gronden van toeleveranciers?

Vragen over dit artikel? Neem dan contact op en stuur uw vraag naar info@kwaliteitsbeheer.nl

Allergenen

Alle levensmiddelenbedrijven zijn verplicht om een op HACCP-gebaseerd voedselveiligheidsplan te hebben ontwikkeld en geïmplementeerd. Deze verplichting staat in Verordening EU-852/2004, ook wel de hygiëneverordening genoemd. Het principe van HACCP is dat gevaren ten aanzien van voedselveiligheid worden geïdentificeerd. Door middel van een risico-inschatting wordt bepaald op welke punten in het systeem een (al dan niet specifieke) beheersing noodzakelijk is om risico’s zo laag mogelijk te houden.
In deze wetgeving staat echter niet aangegeven dat de risico-inschatting ook op allergenen (de stoffen die genoemd worden in EU-1169/2011 bijlage II) gericht moet zijn. Daarom is er nu een aanvullende wetgeving opgesteld: EU-382/2021. Hierin is geregeld dat bedrijven in de levensmiddelensector besmetting met allergenen moeten voorkomen en dat controles (ten minste visueel) moeten plaatsvinden op o.a. apparatuur en opslagmateriaal op restanten van allergenen-houdende producten vanuit voorgaande charges.

Allergenen zijn zeer gevaarlijk en soms zelfs fataal voor mensen met een allergie voor de betreffende stof. Daarnaast is geconstateerd dat mensen met een allergie een significante reductie van de kwaliteit van leven ervaren. Des te meer reden om er alles aan te doen dat producten vrij zijn en blijven van allergenen die er van oorsprong niet in thuis horen. Wil je een boterhammetje met hagelslag eten dan zou je niet bang moeten zijn voor mogelijke sporen van bijvoorbeeld pinda hierin. Er ligt hier een hoge mate van verantwoordelijkheid voor de levensmiddelenbedrijven om besmetting met productvreemde allergenen te voorkomen, zodat mensen met een allergie met een vertrouwd gevoel de voor hun acceptabele levensmiddelen kunnen nuttigen.

In een tweetal gepubliceerde documenten wordt nader ingegaan op de beheersing van allergenen. Dit betreft de ‘Codex – code of practice CXC 80-2020’ en het richtsnoer van de EC van datum 12-06-2020. Hierin wordt nadrukkelijk gesteld dat allergenen, naast fysische, chemische en microbiologische gevaren, een prominente plaats moet krijgen in het HACCP-systeem. Met aandacht voor het voorkomen van besmetting en het op de juiste wijze vermelden van allergenen op het etiket. In de risicoanalyse van uw bedrijf gaan we in de komende periode met u na of de beheersing van allergenen op het juiste, hoge niveau is meegenomen.