Aanscherping Infoblad 64

De NVWA heeft een nieuwe versie van infoblad 64 uitgebracht. In de nieuwe versie zijn infoblad 64 en 65 samengevoegd tot 1 infoblad.

Infoblad 64 beschrijft hoe levensmiddelenexploitanten (producenten en handelaren) om moeten gaan met het beheersen van risico’s in producten. Het gaat hierbij zowel om de inkoop van grondstoffen welke bestemd zijn voor de productie van levensmiddelen als om de inkoop van consumptie gerede producten.

Belangrijkste wijzigingen en aanpassingen zijn:

  • De infobladen 64 en 65 zijn samengevoegd, er is nu 1 infoblad (64) welke het beheersen van inkoop van grondstoffen én consumptie gerede producten beschrijft;
  • Een aantal definities is toegevoegd, ter verduidelijking van de tekst
  • De reikwijdte is verduidelijkt, met een tabel waarin per exploitant de verantwoordelijkheden m.b.t. de beheersing van relevante gevaren zijn weergegeven
  • De stappen van de uitvoering van de gevarenanalyse en gevarenbeheersing zijn toegevoegd
  • In de 4 beheersmaatregelen zijn enkele nuances aangebracht.

Inhoudelijk is er eigenlijk niet veel veranderd. De NVWA heeft in infoblad 64 en 65 altijd al voorgeschreven hoe exploitanten om dienen te gaan met de inkoop van producten. Infoblad 64 is dus niet nieuw en er worden niet echt nieuwe of veel strengere eisen gesteld.

Samengevat is het volgende geregeld in het infoblad:

  • Voor elke productgroep die ingekocht wordt, dient een gevareninventarisatie en risicoanalyse te zijn opgesteld. Met andere woorden: welke gevaren zitten er mogelijk in de producten die je inkoopt en hoe groot is het risico dat gelopen wordt t.a.v. deze gevaren (op basis van kans x ernst);
  • De gevaren en risico’s moeten worden afgestemd met de leverancier+
  • Risico´s moeten aantoonbaar worden beheerst.

Aanvullend: Voor import geldt dat altijd aan EU wetgeving (EU-1881/2006 voor contaminanten en EU 396/2005 t.a.v. pesticiden) moet worden voldaan.

Ten aanzien van het beheersen van risico’s geeft de NVWA 4 opties die in ieder geval worden geaccepteerd. Dat wil dus niet zeggen dat alleen deze 4 opties worden geaccepteerd. Andere opties worden ook geaccepteerd, mits de NVWA ervan kan worden overtuigd dat de maatregelen die je hebt ingeregeld ook afdoende zijn om de risico’s te beheersen.

De 4 opties die de NVWA geeft zijn:

  • Het inkopende bedrijf voert analyses uit op de producten die worden ingekocht;
  • De leverancier levert analysecertificaten mee met de geleverde producten;
  • Het inkopende bedrijf voert (1 x per 3 jaar) een leveranciersaudit uit welke is gericht op de mate van beheersing van risico’s door de leverancier
  • De leverancier neemt deel aan een ketengarantiesysteem zoals bv. Riskplaza+ (GFSI-certificering geldt ook, mits tijdens de GFSI-audit bij de leverancier de producten zijn beoordeeld die jij inkoopt. Dit moet in het auditrapport staan en je moet hier een kopie van hebben.)

Hoe kunnen bedrijven richting hun afnemers en de NVWA nu aantonen dat aan dit infoblad wordt voldaan?

Ons inziens is dit geen eenzijdig verhaal. Je kunt niet achteroverleunen en de leverancier verantwoordelijk stellen. Of andersom: de klant maar laten uitzoeken hoe die de inkoop wil borgen. Het is altijd een samenwerking. Dus als er een vraag is van een afnemer over hoe je als leverancier denkt te kunnen voldoen aan het infoblad, dien je eerst met elkaar overeenstemming te hebben over de gevaren en risico’s. Als dat duidelijk is, kun je met elkaar afspreken hoe je dit (gezamenlijk) wilt borgen.

Misschien is het wel het beste als je met je leverancier of klant om tafel gaat en beoordeeld hoe de borging is geregeld. Door van dit gesprek en hetgeen gezien is een verslag te maken (een leveranciers/ klantenaudit dus), kun je aantonen dat je aan het infoblad voldoet. Dit voorkomt veel heen-en-weer ge-email van analyserapporten die vaak onduidelijk zijn als het gaat om batchnummers, tracering etc.

Dit ‘om tafel gaan’ kan prima online via bv Teams of Zoom.

Voor import van buiten de EU raden wij aan om gebruik te maken van productdossiers. In deze dossiers, welke per productgroep zijn opgesteld, zijn de gevaren opgenomen met de bijbehorende EU norm. De leverancier (en ook de inkopende partij zelf) heeft zo snel inzage in welke analyses er nodig zijn. Via deze dossiers kun je afspraken maken met de leverancier.

Aandachtspunten:

  • Voor alle producten, dus ook levering van handelsproducten aan de eindgebruiker, moet een risicoanalyse zijn;
  • Op deze risicoanalyse moet het beheersplan zijn opgesteld (welke van de 4 opties kies je, of hebben we zelf een andere optie?);
  • Grondstoffen, halffabricaten, eigen-merk-producten die door een ander zijn geproduceerd, moeten we beheersen. Als je een merk van een ander verhandelt dan ligt de verantwoordelijkheid niet bij jou;
  • Als we voor eigen-merk handelsproducten binnen EU de risico’s laag inschatten, d.w.z. kans x ernst is zo laag dat er geen beheersmaatregel nodig is, is verdere beheersing niet nodig. De lage kans x ernst moet wel goed onderbouwd zijn!
  • In de risicoanalyse dus aangeven dat K x E geldt voor bepaalde productgroepen. Handelsproducten die niet het eigen merk hebben, vallen in de product laag risico, geen verdere beheersing.

BAST KWALITEITSBEHEER

Bast Kwaliteitsbeheer startte in 1997 vooral als een regionale dienstverlener. Naast een landelijke dekking (we hebben klanten in alle provincies van Nederland) opereren we sinds een aantal jaar ook internationaal met opdrachtgevers in Zwitserland, Portugal, Wit-Rusland, Litouwen, Rusland, Uruguay, Oekraïne en Taiwan.
Voor Bast Kwaliteitsbeheer is dit mede tot stand gekomen door het netwerk wat in de afgelopen jaren is opgebouwd.

SOCIAL MEDIA

Deel uw gedachten en ideeën met ons en doe een stap voorwaarts in kwaliteit.

 

CONTACT

Krimweg 74A
7351 AW Hoenderloo
Nederland
info@kwaliteitsbeheer.nl
+ 31 6 252 31 701

Dutch NL English EN